Wat nou talent? - IGNIUS
18453
post-template-default,single,single-post,postid-18453,single-format-standard,bridge-core-2.2.5,ajax_fade,page_not_loaded,, vertical_menu_transparency vertical_menu_transparency_on,qode-title-hidden,qode-theme-ver-21.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

Wat nou talent?

Iedereen kent wel iemand die ergens heel erg goed in is, iemand die uitblinkt. Max Verstappen wordt bijvoorbeeld veel talent toegeschreven. Voetbalclubs zoeken actief naar jonge en getalenteerde spelers (waarbij het vaak voorkomt dat ouders meer ambitie hebben dan hun kind talent heeft maar ook dat sommige kinderen veel aanleg hebben en ouders onvoldoende ambitie om dit te stimuleren). Holland’s Got Talent maakt zelfs een winstgevend format van hun zoektocht naar talent. Ook in het ICT-bedrijf van Tessa is talentontwikkeling in zwang.

Maar wat is dat eigenlijk, talent? Bestaat talent of ontstaat het? Marco Borsato omschreef het ooit als “talent is een aangeboren geluk, het natuurlijke vermogen iets goed te doen. Wat je ermee doet is een keuze”. Vooral in dat laatste ligt de kern en de kracht. Talent kun je het beste beschouwen als een potentiële competentie maar als je het niet ontwikkelt is het geen competentie. Talent hebben is dus echt iets anders dan een talent zijn.

Anders Ericsson, Zweeds psycholoog en expert op het gebied van onderzoek naar expertise-ontwikkeling, rekende in zijn boek Peak al af met het idee van een aangeboren talent. Sterker nog, hij betwijfelt of er wel zoiets is als talent. Ericsson liet via onderzoeken zien hoe rekbaar ons lichaam en onze geest zijn als ze op specifieke manieren worden getraind. Zijn onderzoek wees uit dat topprestaties altijd gebasseerd zijn op een extreme hoeveelheid oefentijd. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk een toppresteerder te vinden, op welk gebied dan ook, die niet extreem hard heeft gewerkt.

Tienduizend uren

Wat veel mensen talent noemen, is dus in de praktijk vooral het resultaat van heel veel oefenen. Ericsson sprak in dit verband over deliberate practice: excelleren ontstaat vooral door bewust en weloverwogen oefenen en niet door iets wat aangeboren is. En ook de tienduizend uren-regel is geen garantie dat je ergens heel goed in zult worden. Immers,

van tienduizend uur hetzelfde doen wordt niemand een expert. Daarvoor moet je de benodigde vaardigheden identificeren en in kleine delen regelmatig trainen. Steeds op een iets andere manier en steeds op een iets hoger niveau. Het liefst voorzien van adequate coaching en feedback door een expert die weet hoe je beter wordt. Bepalend is dus hoe je die uren besteedt. Daarin schuilt het verschil tussen de toegewijde amateur en de grootmeester.

Je talent ontwikkelen kent drie randvoorwaarden. 1) de noodzaak van bronnen. Tenminste één bron (meestal ouder of coach) die volledig gecommitteerd is om talent verder te helpen ontwikkelen. Deze zorgt voor begeleiding en feedback en bijvoorbeeld vervoer naar trainingslocaties. 2) de noodzaak van motivatie. Als de oefenaar het doel, namelijk het verbeteren van prestaties om de top te bereiken, uit het oog verliest, zal de motivatie om te blijven oefenen ook verdwijnen. 3) Inspanningsverplichting. Om de opbrengst van training en oefening optimaal te laten zijn moet uitputting vermeden worden en moet er zoveel tijd geoefend worden dat de oefenaar kan genieten van zijn of haar vorderingen én compleet kan herstellen.

Als het ICT-bedrijf waar Tessa werkt écht talent wil ontwikkelen dan doet het er verstandig aan niet puur te kijken naar wat een medewerker nu kan. Vraag jezelf liever af of de mentaliteit er is om beter te willen worden. Om de volgende duizend, vierduidzend of achtduizend uur gericht te oefenen. Nu al zie je ontstaan dat ervaring en een klassiek cv het steeds meer afleggen tegen bevlogenheid en de bereidheid keihard te werken en daarvan te willen leren.

It’s the will, not the skill. Een hardloper aanmoedigen is uiteindelijk makkelijker dan een luilak in beweging krijgen.

 

De columns van Dick Pieters verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG