Mannen zijn nooit de weg kwijt. Vrouwen hebben niets om aan te trekken.

Vrouwen zijn anders. Mannen ook! De lijst met vooroordelen en assumpties tussen mannen en vrouwen is vrijwel eindeloos. Van alle vormen van diversiteit lijkt de verhouding man-vrouw het meest overzichtelijk. Over de manier van samenleven én samenwerken valt veel te vertellen.

Vele boeken zijn volgeschreven over de verschillende manieren van communiceren en de misverstanden die daaruit ontstaan. In 1992 schreef John Gray het boek Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. De kans is groot dat je de uitspraak kent. Zelfs zonder het boek gelezen te hebben weet je al waar het over gaat. Wellicht heb je de zin wel eens gemompeld tijdens een onenigheid met iemand van de andere sekse.

Tessa neemt een kleine pauze op het werk en drinkt een kopje koffie bij de koffie-automaat. Er staan een aantal mannelijke collega’s met elkaar te praten. Als ze aanschuift verandert er wat: de intonatie, de woordkeuze en de grapjes die gemaakt worden. Voor de sfeer maakt het verschil of je in dienst bent bij een bedrijf waar alleen mannen of vrouwen werken, of binnen een organisatie waar de seksen evenredig verdeeld zijn. Mannen en vrouwen functioneren verschillend in organisaties. De werkende vrouw vindt zichzelf vooral sterk in het nemen van verantwoordelijkheid, plannen en organiseren, nauwkeurigheid en klantgerichtheid. Mannen vinden zichzelf vaak goed in het ontwikkelen van een visie, innovatief zijn, leiderschap en delegeren.

Clichés

Er zijn veel clichés die niet altijd kloppen, maar mannen en vrouwen vertonen genoeg verschillen die wel te verklaren zijn. Marianne Legato, arts en specialist in seksespecifiek gedrag schreef het boek Waarom mannen niets onthouden & vrouwen niets vergeten. Zij beschrijft de significante verschillen in hersenactiviteit en de hormonale werking op ons uiteenlopend gedrag. Mannen willen bij voorkeur resultaten zelf voor elkaar krijgen en verlangen geen hulp, zolang ze daarom niet vragen. Als vrouwen over problemen praten, verwachten ze van hun gesprekspartner vooral dat hij luistert in plaats van een snelle oplossing.

Mannen en vrouwen gaan ook anders om met stress. Door de verschillen in hersen-functionaliteit ervaren vrouwen een stressvolle situatie intenser én gedetailleerder. Dit maakt het verklaarbaar dat vrouwen emotioneler reageren bij problematische situaties en daar langere tijd van overstuur kunnen zijn. Ook interessant: Vrouwen varen over het algemeen liever een wat defensievere koers, terwijl mannen graag risico’s nemen. En dan vooral als er een vrouw in de buurt is, zo blijkt uit onderzoek. Bij aantrekkelijke vrouwen is de kans dat mannen een risico als acceptabel beoordelen zelfs nog hoger.

Mannen zijn vaker handelings- of tijdsgerichte luisteraars dan vrouwen en staan minder open voor non-verbale boodschappen dan vrouwen. Ook gebruiken mannen relatief minder mimiek en gesticulatie. Als een man een probleem heeft, lost hij dat bij voorkeur alleen op. Dus liever tien keer de verkeerde straat inrijden dan de weg vragen. Hulp vragen voelt toch en beetje als falen.

Mamááá….waar is…..

Vrouwen zijn vaak vaker dan mannen mensgerichte luisteraars. Daarbij hebben ze ook meer belangstelling voor de non-verbale boodschappen van hun gesprekspartner en aandacht voor sfeer en emotie. Ze beoordelen de situatie niet alleen op de feiten, maar ook op hun gevoel en “vrouwelijke intuïtie”. Om overzicht in chaos te scheppen onthouden vrouwen precies waar zij hun spullen opbergen. Niets is immers écht kwijt totdat mama het niet meer kan vinden.

De verschillen tussen mannen en vrouwen maken de onderlinge samenwerking boeiend, maar zorgen er ook voor dat zij elkaar niet altijd even goed begrijpen. Er gebeurt echt niets ernstigs als je als man de afwas niet nu meteen doet of die halflege zak chips niet direct teruglegt in de kast. Vrouwen zijn strikt genomen niet zo heel goed in dingen “laten zijn”. Sommige mannen definiëren zelden iets, dat is dan weer het andere uiterste.

Of je nu een relatiegericht gevoelsmens bent of een actiegerichte individualist, vrouwen en mannen hebben ieder hun eigen kwaliteiten waarmee ze elkaar aanvullen en waarbij ze veel van elkaar kunnen leren. Erg goed om dat in gedachten te houden.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Groepsdruk

De vrijdagmiddagborrel bij Tessa op kantoor wordt altijd goed bezocht. Op de laatste bijeenkomst komt ineens een fles wodka tevoorschijn. Glazen worden op tafel gezet en volgeschonken. Iedereen aan tafel lacht. Met een “ah, doe nou joh!” krijgt ook Tessa een glas aangereikt.

Zodra mensen een groep vormen oefenen ze invloed uit op elkaar. En dat heeft gevolgen. Natuurlijk is de ene persoon daar gevoeliger voor dan de andere, maar acceptatie door bijvoorbeeld collega’s is voor iedereen ontzettend belangrijk. Het is een basisbehoefte van mensen om deel uit te maken van een groep of een gemeenschap. Het geeft ons een gevoel van veiligheid, het biedt gezelligheid en erkenning van wie je bent. We willen allemaal ergens bij horen want alleen is ook maar zo… alleen. Hoe uniek en eigenzinnig we ook allemaal denken te zijn, we blijven kuddedieren en passen onze mening én ons gedrag maar al te vaak aan de groep aan.

Psycholoog Solomon Asch heeft in de jaren 50 een serie experimenten gedaan in het kader van normatieve sociale beïnvloeding. Daarin toonde hij aan in hoeverre de mening van mensen bepaald wordt door de meerderheid in een groep. Zijn experiment bewijst hoe conformistisch we eigenlijk zijn.

Wat deed Asch?

Proefpersonen moesten een lijn vergelijken met drie andere lijnen en aangeven welke lijnen even lang waren. Op zich een heel gemakkelijke opdracht, ware het niet dat betrokken medewerkers van het experiment allemaal hardop expres het foute antwoord gaven voordat de proefpersonen aan de beurt waren. Ook al was hun antwoord overduidelijk verkeerd, 75 procent van de proefpersonen bleek zich minstens één keer aan te sluiten bij de meerderheid. Degenen die zich conformeerden deden dit omdat ze niet de indruk wilden wekken anders te denken. Maar ook velen van degenen die bij hun eigen juiste mening bleven, vermeldden na afloop van het experiment dat zij onder druk stonden. Buiten de groep vallen -sociale exclusie- en afwijken doen we liever niet.

YouTube

Zo zijn er in de loop der tijd vele experimenten uitgevoerd die de kracht van groepsdruk bewijzen. Wat gebeurt er met ons geprogrammeerde gedrag als we van een gegeven situatie een ongewone situatie maken? Beroemd is het Stanford Prison Experimentvan Philip Zimbardo. Het experiment demon-streerde de kapitale kracht van sociale situaties bij het vervormen van persoonlijke identiteiten van de deelnemers en hun gekoesterde waarden. Ook op YouTube zijn een aantal interessante filmpjes te zien over wat groepsdruk met mensen doet. Het brandexperiment van Canvas/Galileo is een aanrader om te bekijken.

Groepsdruk is niet alleen maar slecht. Vrienden van Tessa kunnen haar motiveren meer te gaan sporten, gezonder te eten of samen meer te gaan lezen. Collega’s van Tessa kunnen haar helpen een nieuwe manier van werken uit te proberen, dat project af te maken of haar te complimenteren als zij “nee” zegt tegen het glas wodka dat haar wordt aangeboden.

De eenzame gekkerd

Niet opvallen, conformeren en volgen. Als mensen ontwikkelen we ons gedrag door sociaal leren; door vallen en opstaan leren welk gedrag binnen de groep ons de meeste winst oplevert.

Maar sommigen interesseert het geen klap wat de groep vindt. En maar goed ook. De eerste danser op een feestje wordt altijd wat meewarig aangekeken. Hij/zij heeft het lef juist wél op te vallen, niet te conformeren en lak te hebben aan anderen. De eerste volger op de dansvloer maakt van de eenzame zot een leider. Meer mensen volgen en dansen in een groep maakt dansen minder gewaagd. Hierdoor zetten zij een beweging in gang die er voor zorgt dat het uiteindelijk veiliger is om mee te doen dan belachelijk te worden gemaakt door aan de kant te zitten.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Motiveren in het groot en in het klein

Er bestaan geen ongemotiveerde mensen

“Wat motiveert mensen?” Die vraag stelt Roy tijdens de lunch aan Tessa. “Geld in ieder geval niet,” sprak Tessa vastberaden. “We moeten af van de gedachte dat als we mensen geld geven, ze gelukkig zijn en hun werk goed doen, laat staan dat ze een stap extra zetten.”

“Maar hoe krijg je mensen dan wél zover dat te doen?” vroeg Tessa. “Laten we het eens vanuit een andere hoek bekijken,” antwoordde Roy. “Laten we het eens hebben over bergbeklimmen. Niemand zegt dat een bergbeklimmer die berg op moet, daar kiest hij zelf voor. De top bereiken van moeilijke bergen vraagt immense training, afzien, problemen met ademen en extreme kou weerstaan. Alpinisten genieten van hun reis naar de top. Ze herstellen en kiezen de volgende berg om te beklimmen. Simpelweg omdat dát is wat zij willen”.

Handvatten

In het denken en doen van veel managers ten aanzien van motivatie regeren de klassieke theorieën van McGregor en Herzberg. De waarde van deze theorieën is het aanbrengen van het relatieve belang in aspecten die mensen kunnen motiveren. Voor de dagelijkse praktijk bieden ze echter weinig concrete handvatten.

Chip & Dan Heath geven in hun boek Switch deze handvatten wel. Zij spreken over motivatie om te veranderen via metaforen als de berijder, de olifant en het pad. De berijder is de ratio, de olifant het gevoel en het pad de situatie. De kern van hun betoog is om mensen op hun gevoel aan te spreken. Schets als leidinggevende een meeslepende eindbestemming. Een helder en inspirerend beeld van de toekomst met haalbare doelstellingen is een goede drive voor verandering en daarmee voor motivatie.

Hetzelfde geldt voor een gevoel creëren bij mensen dat het écht nodig is om te veranderen, dat er iets moet gebeuren. En bij voorkeur niet met rationele argumenten zoals grafieken en tabellen en via de stappen analyseer-denk-verander. De praktijk leert dat medewerkers daar slecht op aanhaken. Grote veranderingen brengen onzekerheid. Daardoor komt de olifant lastig in beweging en analytische argumenten zullen die weigering niet overwinnen. Ga maar na, als iemand niet zeker weet of ze met haar partner wil trouwen, zul je haar niet overtuigen door te praten over belastingvoordeel en besparing op huur. Laat mensen vooral ervaren via zien-voelen-veranderen. Zo komen ze sneller in beweging en raken ze ook intrinsiek gemotiveerd. De mensen die veranderen hebben een duidelijke richting, toereikende motivatie en een ondersteunende omgeving. Met andere woorden: als een verandering werkt, is het omdat de berijder, de olifant en het pad in lijn staan om de verandering te steunen.

Stempelkaart

Motiveren kan in het groot, maar natuurlijk ook in het klein. Wil jij als retailer bijvoorbeeld dat mensen bij je terugkomen? Geef dan geen stempelkaart met acht lege vakjes maar kies voor een stempelkaart met tien vakjes waarvan je er bij uitgifte al twee zichtbaar afstempelt. Het motiveert mensen meer om al gedeeltelijk klaar te zijn met een lange reis dan om aan het begin te staan van een korte.

Vind het gevoel

“Dus voor leidinggevenden betekent dit dat zij scherper vooruit moeten kijken, een visie moeten ontwikkelen en gevoel moeten aanspreken?” vroeg Tessa. “Daar kan een spagaat ontstaan omdat visie meestal draait om anderen, straks en daar terwijl medewerkers vooral bezig zijn met ik, hier en nu.”
Roy antwoordde: “Het is de truc om de buitenwereld naar binnen te halen. Simuleer als organisatie wat er in de toekomst gaat gebeuren. Laat mensen dat in het hier en nu ervaren en er ontstaat stukje bij beetje een gevoel van inspiratie, zingeving, van échte noodzaak en intrinsieke motivatie.”

Er bestaan namelijk geen ongemotiveerde mensen. Wel ongeïnspireerde mensen.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Wéér geen vast contract

Balen. Tessa was een vast contract beloofd maar nu heeft zij toch weer een tijdelijk contract gekregen. De kater van opnieuw een jaarcontract valt haar zwaar. Jammer genoeg is zij geen uitzondering. Een tijdelijk contract aanbieden en dat verlengen voordat de vaste aanstelling in zicht komt. Wat is dat toch?

Duizenden banen

Als ondernemers meer vrijheid zouden krijgen om (bij gegronde reden) een werknemer te ontslaan zou dat leiden tot meer vaste arbeidscontracten en minder pay-rollers en tijdelijke uitzend- en detacheringscontracten. Werkgevers betalen veel meer voor die constructies t.o.v. normale loonkosten. Maar waarom dan geen vast contract? Dat heeft te maken met het feit dat dat werkgevers bij een vast contract weten dat ze de controle kwijtraken en het niet langer voor het zeggen hebben.

Duizenden vaste banen zijn mogelijk maar werkgevers durven het simpelweg niet aan. De angst voor rompslomp maar vooral financiële risico’s van vaste contracten weerhoudt bedrijven ervan personeel in vaste dienst te nemen. En nu de economie groeit, nemen ook de negatieve effecten van alle belemmeringen toe. Uit onderzoek onder 500 ondernemers in de detailhandel blijkt dat het aantal fulltime banen met meer dan 14% zou kunnen stijgen als de wet- en regelgeving ondernemers niet zo zou frustreren. Drempels zijn ontslagprocedures bij een vast contract (78%), de verplichte transitievergoeding (61%), re-integratiekosten (59%) en loondoorbetalingsverplichtingen bij langdurige ziekte (52%). Juist dit soort wetten, regels en procedures zorgen er voor dat werkgevers erg terughoudend zijn in het aanbieden van vaste contracten.

Nog een punt van grote onzekerheid bij ondernemers: de kwaliteit van de dossiervorming. Zelfs met een goed onderbouwd verhaal t.a.v. spoor 1 en 2 is het maar de vraag hoe het UWV dit uiteindelijk classificeert. Als werkgever weet je immers nooit of het voldoende is. Uiteindelijke beoordeling door het UWV is spannend en zeer lastig in te schatten door de werkgever. Bij de conclusie onvoldoende kan je als werkgever door het UWV dan zo maar een loonsanctie van een jaar worden opgelegd.

Een simpel voorbeeld

Neem de kleine zelfstandig met een personeelslid in dienst met een modaal inkomen van € 30.000,- Om werknemers te beschermen tegen inkomstenderving is de werkgever verplicht tot het doorbetalen in geval van ziekte van de werknemer. Het eerste jaar vaak 100% en het tweede jaar 70% van het laatst verdiende salaris. Heeft de werkgever geen goede dossiervorming? Dan kan er zomaar € 30.000,- bijkomen. Re-integratiekosten over twee jaar € 10.000,- Al deze kosten kunnen veel bedrijven zich simpelweg niet veroorloven. Om nog maar te zwijgen over de enorme inspanningen die de werkgever moet doen (dossiervorming) om de werknemer weer aan een passende baan te helpen.

Knuppel in het hoenderhok

Doorgeslagen verantwoordelijkheden van de werkgever dienen in balans te worden afgebouwd. Werknemers moeten meer dan voorheen krachtig de regie pakken t.a.v. hun eigen arbeidsmarktmobiliteit. Veel mensen gebruiken hun uitkering als hangmat, terwijl het bedoeld is als vangnet. En natuurlijk spreekt het voor zich dat werkgevers verantoordelijkheden hebben, zeker ten aanzien van hun werknemers. Maar de mate waarin dit nu het geval is is uit balans en de zwaarte hiervan dient scherper getaxeerd te worden.

Op het moment dat een werkgever zijn eigen ondernemersvrijheid voor 100% kan benutten met grip op de realiteit, de context en verhoudingen kan deze zelf kiezen of hij met iemand verder wil of niet. Er is dan ook geen angst meer om mensen in vaste dienst te nemen. Indien ook de politiek de moed zou hebben om de loonbetaling bij ziekte te beperken, zou ook dat besluit een enorme impuls zijn voor de toename van vaste contracten.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Stront aan de knikker

Zet mensen bij elkaar en je krijgt gedoe. Gegarandeerd.

Gezeik, onbegrip, gehannes, verwijten, afhaken of hoe u het wilt noemen, u herkent het vast. Kemphanen met tegengestelde opvattingen en botsende belangen betrekken hun stellingen met het voornemen niet toe te geven. Kom daar maar eens uit.

Uit recent onderzoek van KPMG dat is uitgevoerd bij Duitse bedrijven is gebleken dat alleen al leidinggevenden wekelijks 30 tot 50% van hun werktijd (in)direct besteden aan conflicten. Om nog maar te zwijgen over de gevolgen van conflicten t.a.v. ziekteverzuim en de kosten van transitie- of ontslagvergoeding. Dat klinkt allemaal vermoeiend en dat is het ook.

Onbenullig

Ook Tessa weet dat conflicten om de meest onbenullige redenen kunnen ontstaan én uit de hand kunnen lopen. De aanleidingen zijn legio: van een collega die zijn afspraken niet nakomt tot te hoge werkdruk en van reorganisatie tot roddelen. Naarmate het conflict langer duurt zijn oorzaak en gevolg moeilijker van elkaar te onderscheiden. En dat beperkt zich overigens niet alleen tot de werkomgeving. Ook een futiliteit in de privé sfeer kan ernstige vormen van verwijdering aannemen. Mijnheer Jonker (69) praat al 33 jaar niet meer met zijn zus omdat zij 33 jaar geleden tijdens een verjaardag vergeten was dat haar broer geen suiker in de koffie gebruikte. Het televisieprogramma Het Familiediner maakt ons pijnlijk duidelijk dat ego en koppigheid de bereidheid om de eerste stap tot elkaar te zetten dikwijls in de weg staan. Mensen halen liever hun gelijk dan geluk.

Bij Tessa op de werkvloer worden problemen in de samenwerking wel besproken maar vaak niet met degene over wie het gaat. Gedoe wordt genegeerd, want als je net doet alsof het er niet is, dan is het er niet is de simpele redenatie. Effectief is het allemaal niet. Het lost geen problemen op en de samenwerking verslechtert er alleen maar door. Conflicten zijn tijdrovend, kostbaar en vreten energie.

Tot zover het gezeur. Hoe zit het met de opbrengsten van gedoe? Zijn die er überhaupt? Wat als Tessa conflicten en gedoe eens door een andere bril bekijkt? Dus niet alleen klagen over wat het haar kost, maar nadenken wat een conflict oplevert. Immers, zij kan prima met een collega door één deur als alles goed gaat en als er geen druk is. Echter, willen zij ook de verbinding houden als er spanning op de lijn staat, als ze elkaar niet zo aardig vinden of als er een fors meningsverschil is?

Lift

Een conflict (en dus emotie) vraagt om een wakker bewustzijn. Willen wij ook in tijden van weerstand het wederzijds belang voorop stellen? Conflicten en gedoe laten zien dat er beweging is, dat er iets aan het veranderen is. Je kunt zeggen, verandering geeft gedoe, maar je kunt het ook omdraaien, zonder gedoe geen verandering. Wil je conflicten voor je laten werken dan is het belangrijk het bespreekbaar te maken en de kern boven tafel te krijgen in plaats van afstand te creëren. Realiseer een cultuur van vertrouwen en transparante communicatie en leer actief van elkaar.

En als je feedback geeft, geef dan een lift, geen trap. Op die manier kunnen we effectiever worden, hebben we minder last van gedoe en creëren we meer impact op de kwaliteit van de relaties en het werk. Constructief omgaan met conflicten kan zo een zeer belangrijk verbeter instrument zijn. Gedoe is zinvol.

Uiteindelijk is de kunst om van alle trammelant en gedonder vooruitgang te maken. Je wordt immers beter door te vragen naar wat je liever niet hoort.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Goed leiden loont!

Zakkenvullers. Narcisten. Pietlutten. Tirannen. Afvinkers. Wegkijkers. Leidinggevenden die menen dat altijd anderen het hebben gedaan, behalve als er sprake is van succes.

U kent ze vast wel. Ontspoorde managers en falende leidinggevenden. Wat cijfers: Gallup becijferde dat maar liefst 74% van het personeel het omgaan met de leidinggevende tot het meest stressvolle deel van het werk bestempelt. Machtsmisbruik en incompetent leiderschap door leidinggevenden leidt in Amerika ieder jaar tot 20 miljard dollar aan ziektekosten en in Nederland leidt slecht aansturen van mensen tot burn-out klachten, stress, demotivatie en ziekteverzuim. Jaarlijkse kosten: 1,8 miljard euro. Het is evident dat slecht leiderschap teams en organisaties ondermijnt.

Nieuwe rol

Tessa werkt in de ICT, ze is een kei in haar werk en als je goed bent volgt doorgaans promotie. Sinds enkele maanden leidt zij in haar nieuwe rol van ICT-manager een project waarbij zij vijf collega’s aanstuurt. Maar goed zijn in wat je deed betekent nog niet dat je ook een goede leidinggevende bent. Of zoals Co Adriaanse ooit treffend sprak: “Een goed paard is nog geen goede ruiter”.

Leiderschap is als ouderschap. Iedereen kan het worden, niet iedereen is er geschikt voor maar we kunnen er wel allemaal beter in worden. Goed leidinggeven vraagt meer dan alleen ervaring meebrengen. Het is een positie waarbij Tessa verantwoordelijk is voor wat er uit haar eigen handen komt én voor wat haar hele team presteert. De klassieke valkuil om grip te houden en anderen te vertellen wat ze moeten doen ligt op de loer. Immers, weinigen weten beter hoe de klus geklaard moet worden dan Tessa. Maar als je hekken om mensen zet krijg je makke schapen. Zij gaat managen omdat niemand haar geleerd heeft hoe te leiden.

Je loopt in de weg…

De ongelooflijk snelle ontwikkelingen op technologisch gebied, het tijd- en plaats onafhankelijk werken, de vraageconomie en de collectieve intelligentie binnen organisaties vragen om een ander leiderschapsmodel.

Eén waarin minder wordt gemanaged en waarin anders wordt vastgehouden: loslaten binnen samen afgesproken kaders. Dat kan alleen als je mensen meer veiligheid, autonomie en verantwoordelijkheid geeft.

En dat past ook bij de manier waarop de groep millennials, de nieuwe generatie op de arbeidsmarkt, zijn opgeleid. Ze vinden het belangrijk om authentiek te zijn, willen flexibel werken, ze zijn ondernemend, overtuigd van zichzelf en willen direct hun waarde laten zien. Deze eigenschappen zorgen voor een andere dynamiek binnen organisaties. Als iets niet lukt, wordt door deze generatie niet afwachtend gereageerd. Ze nemen juist het heft in eigen hand en zij willen zeker geen baas die daarbij in de weg loopt.

Coachen en inspireren

Coachend leiderschap is ook praktisch noodzakelijk. Routinematige banen gaan verdwijnen en de banen die overblijven vereisen juist creativiteit, zelfstandig kunnen werken, flexibiliteit en contactuele vaardigheden van mensen: eigenschappen die goed gedijen in een organisatie met meer zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Want waarom zou iemand privé een hypotheek van twee ton kunnen afsluiten, maar op zijn werk toestemming aan Tessa moeten vragen om cartridge te bestellen als hij het nodig heeft?

Tessa, misschien niet altijd even makkelijk, maar stimuleer een cultuur waarin mensen actief gaan nadenken. Dat inspireert! Zij weten namelijk precies wat zinvol en nodig is om slimmer, krachtiger, effectiever en meer klantgericht te werken. Vrijheid kan prima optrekken met discipline, verantwoordelijkheid, plezier en resultaat. Stimuleer ondernemingsdrift door het project aan te laten sluiten bij de ambities, het werk dynamisch te maken en je teamleden kansen te bieden. Zo krijg je geen “werkers”, maar creëer je nieuwe helden die productiever zijn dan ooit.

Er bestaan immers geen ongemotiveerde mensen, wel ongeïnspireerde mensen.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Klachtgerichtheid

Dat je als organisatie klachten moet voorkomen is duidelijk. En als dat onverhoopt niet lukt zou je zeggen, neem de klacht serieus. Echter, veel bedrijven maken van klachtenafhandeling een beschamende bezigheid. Het is frappant om te zien hoeveel organisaties hun klanten in de kou laten staan als er sprake is van onvrede of van een klacht. De klant aan het lijntje houden, afpoeieren met een smoes of de klant terecht wijzen komt veel vaker voor dan ons lief is.

Een voorbeeld

Tomas Novak, directeur van Parkmobile, was te gast in de televisie-uitzending van Radar om te reageren op een klacht van een klant. Deze betaalde € 106,- voor vijf minuten parkeren door een haperende stopknop. Op de vraag hoe mensen hun geld terug kunnen krijgen als er iets mis gaat bleef het secondelang stil. Novak leek in een ander melkwegstelsel te zijn. Met zijn optreden zorgde Novak voor verbijstering. Velen zegde hun abonnement op na de uitzending en daarmee sloopte hij zijn eigen bedrijf. Om ambassadeurs te krijgen voor je organisatie helpt het niet als je nul empathie hebt, de klacht niet oplost en feitelijk zegt “zoek het maar uit”.

Au!

Ook het IT bedrijf van Tessa snapt dat klanten belangrijk zijn, want klanten bedienen is het bestaansrecht. Maar willen medewerkers dat ook? Tessa heeft het druk en zei ooit: “zonder klanten liep het hier als een trein, als zij blijven bellen kom ik niet meer aan werken toe.” Au!

Klachtgerichteid start bij de organisatie en de manier waarop zij besluit om te gaan met klagende klanten. Het moet voor iedere medewerker duidelijk zijn hoe het bedrijf met (klagende) klanten willen omgaan en -heel belangrijk- waarom zij dat willen. Wat vraagt dat van onze middelen, de inrichting van onze werkmethoden en de kennis-, houding- en vaardigheidsaspecten van onze mensen? Klagende klanten willen vooral begrip, oprechte aandacht en interesse. En dat begint met tijd nemen, iets wat Tessa en haar collega’s doorgaans niet hebben. Zij zullen zich moeten verplaatsen in de (klagende) klant. En dat lijkt makkelijk maar dat is erg moeilijk als je die ander niet bent. En begrip hebben voor een klagende klant is lastig als je dat begrip eigenlijk niet hebt. Dus het meest cruciale wat een klant zoekt krijgt hij vaak niet.

En als regels en protocollen binnen het ICT bedrijf van Tessa leidend zijn en niet de beleving van de klant dan is er nog een lange weg te gaan. De wijze waarop Tessa en haar collega’s zich soms door hun taakomschrijving laten afleiden van wat een flexibele organisatie vraagt, is om treurig van te worden. “Ik kan daar helaas niets aan doen, dat zijn nu eenmaal onze regels en ik zal het doorgeven” zijn veel gehoorde antwoorden. Dat is niet goed voor de klant, niet voor Tessa en niet voor de organisatie.

Simpel

Want de oplossing is simpel. Geef Tessa en haar collega’s de vrijheid, het vertrouwen en de verantwoordelijkheid om zélf na te denken. Om een klagende klant zo te bedienen dat er een ambassadeur voor in de plaats komt.
Zo neemt Coolblue alleen mensen aan die vanuit hun kern de klant willen helpen en die passen bij de visie (alles voor een lach) en cultuur van het bedrijf. Als Tessa iedere dag één klantwens zou overtreffen of één klacht fantastisch zou oplossen dan creëert zij een ambassadeur. Doet zij dat vijf keer in de week dan is dat al snel 200 keer per jaar. En doet Tessa dat met tien enthousiaste collega’s dan zijn dat 2000 fans per jaar.

Het belangrijkste marketinginstrument is dus de klant. Zorg als bedrijf voor extreem tevreden klanten, en die doen vervolgens de rest. Zo simpel is het. Maar de alledaagse praktijk wijst uit dat simpel voor veel organisaties al moeilijk is.

Johan Cruijff zou zeggen: “Simpel spelen is het moeilijkste wat er is.”.

 

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

“Natuurlijk gaat het goed… Toch?”

Recent ging Tessa met een grote groep collega’s de stad in. Gezellig maar voordat zij het eens waren (“welk restaurant gaan we…?”) en in beweging kwamen (“kom nou…”) was er flink wat tijd verstreken. Besluitvorming en concrete actie duurde frustrerend lang.

Hetzelfde zien we bij veel gevestigde bedrijven (corporates). Hiërarchie, gebrek aan vertrouwen en onduidelijke structuren zorgen er voor dat nieuwe ideeën die een snelle reactie vereisen, niet of te laat worden uitgevoerd. De mosterd na de maaltijd.

Waar ging het mis?

Want zegt de naam Nokia u nog iets? Van in feite de uitvinder van de smartphone en ooit onbetwist marktleider tot overnamekandidaat in de etalage. Eigenlijk miste Nokia niet de smartphone markt maar die van het touchscreen. Na een mislukt experiment met één toestel wordt het idee terzijde geschoven. Het verhaal is verder bekend. Apple laat een paar jaar later zien hoe je de markt kunt fascineren met een diversiteit aan innovatieve applicaties via touch control op één toestel.

Dat de wereld razendsnel verandert weten we nu wel. Als de omgeving turbulent is moet de organisatie wendbaarder worden. Agile (behendig, lenig) werken, innovatie en organiseren om om te kunnen gaan met toenemende onvoorspelbaarheid zijn de nieuwe succesfactoren.

Tessa, werkzaam in de ICT hoort haar collega bij iedere verandering zeggen: “Maar dit hebben we nog niet eerder zo gedaan”. Een gevaarlijke opmerking want niets remt een organisatie sneller dan mensen die geloven dat de manier van werken van gisteren ook de beste voor morgen is. Door te doen zoals we het altijd hebben gedaan heb je controle over wat je doet, maar staat het wendbaarheid en innovatie gigantisch in de weg.

Olietankers en speedboten

Menno Lanting schreef hierover het boek “olietankers en speedboten”. De metafoor verwijst naar de logheid van grote bedrijven (olietankers) en het doorgaans gebrekkige vermogen om slagvaardig in te spelen op maatschappelijke en technologische veranderingen. Hoe ouder en groter een organisatie, hoe meer de wet van de remmende voorsprong van toepassing wordt. Kodak raakte in de problemen doordat zij te langzaam waren in de transitie van film- naar digitale fotografie. Het interpreteren van nieuwe kansen en het implementeren van (radicaal) nieuwe technologie is moeilijk voor een organisatie die altijd te maken heeft gehad met geleidelijke veranderingen. Kodak structureerde het onbekende in de kaders van het bekende, in hetgeen waar zij goed in waren. Hierdoor waren zij als gevestigde speler enorm veel trager met het interpreteren van disruptieve technologie.

Daartegenover staan de kleine organisaties en start-ups (speedboten). Het schoolvoorbeeld van agility. Zij kennen een zeer beperkte structuur, zij hebben geen vaste werkprocessen of gedragspatronen. Een startup trekt bovendien van nature vaak (jonge) mensen aan met een onbevangen agile mindset over hoe ze willen werken. Ze hebben geen behoefte aan vaste, bestaande functiebeschrijvingen, protocollen of hiërarchie. Belangrijk is dat zij het vermogen hebben de strategische koers van hun bedrijf snel en effectief te veranderen, anticiperend of reagerend op kansen en bedreigingen. Strategic agility als behendigheid om kansen te benutten en veerkracht om gevolgen van onvoorziene veranderingen op te vangen. Of -stoer- zelfs een markt compleet op zijn kop zetten.

Alibaba

Zo is Alibaba de meest waardevolle retailer maar heeft het zelf geen inventaris. Facebook is ’s werelds meest populaire media kanaal zonder dat het zelf enige content creëert. Airbnb voorziet de wereld van accommodatie maar heeft geen onroerend goed. Uber tenslotte, het grootste taxibedrijf ter wereld, biedt taxidiensten aan zonder dat het zelf één taxi heeft rijden. Zeg maar de mosterd vóór de maaltijd.

Het grote ICT bedrijf van Tessa heeft besloten zich open te stellen voor startups om elkaars wereld te verkennen. Op die manier kunnen zij elkaars potentie en kracht versterken. Zo kan innovatie sneller vorm worden gegeven en krachtiger vertaald worden naar relevante producten en diensten voor consumenten en bedrijven. Van “dit hebben wij nog niet eerder zo gedaan” naar “eens kijken wat er gaat gebeuren als we het zo doen…”. Een wereld van verschil in alle opzichten.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Aanklooien en lichtpuntjes als basis

Teams en resultaten behalen blijft altijd een combinatie die voor wat spanning zorgt. Tessa maakt teams mee waarin frustratie dagelijkse kost is en waarin en social loafing (zelf weinig doen en meeliften met anderen) eerder regel is dan uitzondering. Maar ook kent zij projectteams waar wél kracht zit, waar sprake is van groepsgevoel en waar doelstellingen op tijd worden gehaald. “Team Tessa” noemt zij deze laatste groep. Hoe kan het dat het ene team zoveel meer presteert dan het andere?

Verrassing

Uit recent onderzoek van People Analytics (Google project Aristoteles) bleek dat wie er met elkaar samenwerken in een team eigenlijk niet zoveel uitmaakt. Wel héél belangrijk is hoe mensen in een team met elkaar omgaan, de dynamiek van het team als geheel. Er zijn een aantal steunpunten die essentieel zijn voor een plezierige, krachtige en resultaatgerichte samenwerking.

1. Teamleren begint al met het proces om samen een manier te vinden hoe het als team aan te pakken. Teams ontwikkelen zich vooral in de praktijk. Het team moet zelf leren met de missers, tegenstellingen en tegenslagen om te gaan. Teamontwikkeling vraagt tijd, inspanning en volharding van alle betrokkenen. Het team heeft het nodig deze “worsteling” door te maken om zelf te ontdekken waar de glans zit.

2. Psychologische veiligheid. Zonder teamleren geen teamontwikkeling. Voelen de teamleden zich veilig om interpersoonlijke risico’s te nemen? Als de psychologische veiligheid groot is, durven mensen meer dingen te doen en te zeggen, zonder bang te zijn dat dit negatieve gevolgen heeft voor de relaties met hun teamgenoten. Kan je bijvoorbeeld zonder risico’s vragen stellen, of je fouten toegeven? Kunnen we elkaar aanspreken zonder dat er heisa ontstaat? Pas als medewerkers “nee” kunnen zeggen kunnen zij ook volmondig “ja” zeggen, betrokken zijn en verantwoordelijkheid dragen.

3. Vertrouwen is geen schakelaar die je aanzet, het is ongrijpbaar. Het is de basis en het cement binnen teams en organisaties. Praat er niet teveel over maar doe er wat aan.

4. Kracht van de teamleden. Zet vooral in op de sterke kanten van de teamleden. Kies er voor om van een 8 een 10 te maken en niet om van een 4 een 6 te maken. Spreek teamleden aan op hun sterke punten en drijfveren. Wat haaks staat op drijfveren kost energie. Daardoor is werken aan zwakke punten veelal een kansloze exercitie.

5. Oplossingsgerichte communicatie. Zonder communicatie is er geen coördinatie en zonder coördinatie is er geen eenheid, geen samenwerking. Focus op oplossingen en creëer positieve energie. Anders gezegd, praat je over problemen of over lichtpuntjes? Vindt deze lichtpuntjes, zoek ze op en gebruik ze als voorbeeld. Kloon ze. Wat werkt goed en hoe kunnen we daar meer van doen i.p.v. wat is kapot en hoe kunnen we het maken.

6. Gemeenschappelijk doel. Zonder gemeenschappelijk doel is samenwerken een illusie. Dus niet alleen iets bedenken en op papier zetten zodat het er af spát maar ook resultaten boeken, zichtbaar maken en met elkaar vieren. Visualiseer bijvoorbeeld een meeslepende eindbestemming. Beelden van de toekomst kunnen vreselijk inspirerend zijn.

7. Betekenis en impact. De waarde van het werk zit niet alleen in het resultaat maar ook in het werken zelf. Waarom doen we dit en sta ik daar volledig achter?

8. Structuur en helderheid. Kent iedereen zijn doelen, taken en actieplannen?

9. Houd het klein. De ideale omvang is ongeveer 7 mensen. Het is belangrijk dat je elkaar kent. Meer mensen betekent nog meer rekening houden met gebruiksaanwijzingen.

10. Diversiteit. Goed functionerende teams bestaan uit mensen met aanvullende vaardigheden én bieden tegenwicht. Verdeel de rollen goed, het gaat om het organiseren van verschil in plaats van het reproduceren van uniformiteit.

Samenwerken gaat om de relatie tussen energie, gedrag en prestaties. Het is een competentie op zich en is niet opgebouwd na een sessie op de hei. Goed kunnen samenwerken is dus eigenlijk al een succes. En succes heeft altijd hulp nodig.

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!

Ziek, ongelukkig en ongemotiveerd

Om 6.30 uur gaat de wekker. We sleuren ons uit bed en gaan naar ons werk. Gemiddeld doen wij dit 45 jaar van ons leven. Niemand wil dat. Wij niet, want het maakt ons ziek, ongelukkig en ongemotiveerd en onze werkgevers al helemaal niet. Want het gaat ten koste van ons plezier, opbrengst en productiviteit. Ons werk en de technologie die wij daarbij gebruiken is de afgelopen eeuw ingrijpend veranderd. Wordt het daarom ook niet tijd voor nieuwe vormen van organiseren?

Tessa vond van wel. Als ze alleen al dacht aan het feit dat ze morgenochtend opnieuw kon aansluiten in de file op weg naar haar werk bekroop haar een gevoel van moeheid. Het leek er bovendien op dat ze iedere ochtend nóg eerder op moest staan en files leken langer te worden. Thuiswerken was iets waar ze in toenemende mate aan dacht. Twee van haar vriendinnen deden dat al regelmatig en waren erg enthousiast. “s Ochtends rustig wakker worden en bij een kop koffie het nieuws doornemen. Veel productiever om zo je dag te starten” zo wisten zij Tessa te melden. Voor een avondmens als Tessa, die ’s middags en ’s avonds dubbel zo productief was als ’s ochtends klonk dit als muziek in haar oren. Niet meer iedere ochtend zo vroeg opstaan en stressen in de auto of openbaar vervoer. Waarom moest zij überhaupt voor het werk wat zij deed iedere dag fysiek op kantoor aanwezig zijn?

Uit onderzoek van de FNV blijkt dat 68% van de werknemers nooit thuis werkt terwijl 1 op de 5 van hen dit wel zou willen. Indien personeel meer de gelegenheid zou worden geboden om thuis te werken, dan zouden de files bovendien met meer dan 10% kunnen afnemen.

Zelf indelen

Het Nieuwe Werken (HNW) is een van de meest populaire trends op het gebied van organisatie-ontwikkeling van de laatste jaren. Praktisch gezien houdt HNW in dat medewerkers in staat worden gesteld om tijd- en plaats onafhankelijk te kunnen werken. Met name de jongste generatie medewerkers zoals Tessa geeft aan sterke behoefte te hebben om hun werk en tijd naar eigen inzicht te willen indelen. Zij willen zelf bepalen waar, wanneer en hoe zij hun werk doen en of zij of zij werken in hun vrije tijd of ontspannen tijdens traditionele werktijd. Naast een verhoogde productiviteit, hogere autonomie en tevredenheid, minder reistijd en lagere huisvestingskosten heeft HNW ook een aantal potentiële nadelen, waaronder verminderd gevoel van betrokkenheid, onduidelijke afspraken, ontbreken van grenzen aan de werkdag. Maar de belangrijkste reden voor werkgevers om thuiswerken niet te stimuleren, is het ontbreken van controle en het gevoel grip kwijt te raken.

Tessa besloot het thuiswerken met haar manager te bespreken. Sneller dan ze had gedacht stemde hij in met een “nou vooruit dan maar…”. Arme man wist eigenlijk ook niet goed wat hij er mee aan moest. Voorwaarde was wel dat zij beide duidelijke afspraken maakten t.a.v. bereikbaarheid, verwachtingen en output. Tessa was blij maar moest, zo bleek, erg wennen aan de nieuwe situatie op dinsdag, haar thuiswerkdag maar al na enkele weken was ze er helemaal op ingesteld. De beweging waren haar collega’s op kantoor niet ontgaan, ook zij wilde flexibel werken en hun werktijd zelf indelen. En dat is mooi want duurzame verandering werkt doordat je én ratio én juist gevoel aanspreekt. Een duidelijke richting, toereikende motivatie en een ondersteunende omgeving. Ratio, gevoel en het pad staan stevig en duurzaam in lijn om de schakeling te steunen.

Nieuwe generaties

Tegelijkertijd betreden nieuwe generaties werkenden de arbeidsmarkt. Opgegroeid met technisch geweld zien zij de mogelijkheden om meer vrijheid te krijgen. Ze vragen om ruimte en vooral vertrouwen van een generatie boven hen die minder gewend is met deze vorm van werken. De nieuwe generatie is bereid verantwoordelijkheid te nemen als ze daarvoor vertrouwen terugkrijgen. De manier van leidinggeven die daarbij past, is gebaseerd op het maken van afspraken over te behalen resultaten. Het geven van ruimte om die afspraken te realiseren en afgerekend worden op output spreken de jongste generaties meer aan dan constant de hete adem van een leidinggevende in de nek voelen. Dat vraagt een volstrekt andere cultuur; een afsprakencultuur waarbij een woord een woord is waarop je echt moet kunnen rekenen. Het gaat immers over vrijheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid en zolang de medewerker de gemaakte afspraken nakomt realiseer de manager zijn doelen. Dat de medewerker uitslaapt of spontaan een vrije middag neemt is dan niet relevant. Focus ligt niet meer op aanwezigheid maar op concrete bijdrage van de medewerker. Bij de vraag of mensen mogen thuiswerken is de medewerker dus niet de issue, maar juist het vertrouwen in de manager. Heeft hij/zij de capaciteiten om controle los te laten en te vertrouwen op de zelfsturing van zijn medewerkers? Durft hij/zij zijn oude stijl van leidinggeven op te geven en aan te passen?

Dick Pieters is eigenaar van trainingsbureau IGNIUS. Via intervisie, tóp maatwerk trainingsprogramma’s en (team)coaching helpt hij mensen over hun eigen ontwikkeling én werk te laten nadenken. Met resultaten in de praktijk die er toe doen. De columns van Dick verschijnen in alle edities van het Noordhollands Dagblad, bijlage Plus-Werk – TMG.

Interessant? Deel deze column!